PROTOCOL RELATIONELE & SEKSUELE VORMING
VZW HEUVELZICHT
2011
Situering
De visie op RSV binnen VZW Heuvelzicht is ingebed in de algemene christelijke visie van de VZW, waarvoor wij verwijzen naar …
Deze benadrukt de uniciteit van elke leerling en het streven naar de opbouw van maximaal welzijn voor elke leerling. Deze aspecten staan centraal in onze benadering. Dit willen we echter niet doen zonder de relatie met de andere(n) en met de omgeving uit het oog te verliezen.
Hierbij willen we elke leerling benaderen op het uniek niveau van de eigen feitelijke mogelijkheden, op verschillende levensdomeinen (cognitie, emoties, sociale relaties, zelfredzaamheid, communicatie, enz).
Dit willen wij doen met het oog op het mee helpen bouwen aan een realistisch toekomstbeeld voor elke leerling en zijn netwerk.
Het uitwerken van Relationele en Seksuele Vorming – uiteraard naast de andere aspecten waar wij een opdracht in hebben – moet hiertoe bijdragen.
Wij willen dit doen met de grootste zorg voor de privacy van elke leerling op zich.
Opdrachtverklaring
Kern van deze visie is enerzijds het onderkennen van het belang van de relationele en seksuele beleving in het totale welzijn en kwaliteit van leven van elke mens. Anderzijds, de keerzijde van de medaille, betekent dit evenzeer dat elke mens kwetsbaar is en hier moet gezocht worden naar de bescherming van deze waarden.
Het is dus een verhaal van oog hebben voor, van kansen bieden, maar ook een verhaal van grenzen bieden en weerbaar maken van mensen, los van enige beperking.
De grote ondersteuningsnood van de leerlingen die aan onze zorgen worden toevertrouwd, maken echter dat wij voor beide aspecten een extra alertheid aan de dag moeten leggen :
- Kansen bieden : de onderkenning en het begrijpen van de eigen gevoelens op gebied van relaties en seksualiteit op zich zijn voor onze leerlingen niet eenvoudig. Wij hebben hiervoor aangepaste hulpmiddelen nodig. Ook het verduidelijken van de vragen van de leerlingen is niet steeds eenvoudig, gezien de vaak erg beperkte communicatiekanalen.
- Grenzen bieden : wij zijn ons ten zeerste bewust van de grote kwetsbaarheid van onze doelgroep inzake grensoverschrijdend gedrag. Dit maakt dat wij extra aandacht moeten besteden aan het bieden van duidelijke wederzijdse (leerling-leerkracht) grenzen en aan het weerbaar maken van onze leerlingen. Dit willen we doen vanuit het schade-prinicipe : vrijheid strekt tot aan de grens van de persoonlijke vrijheid, die van de ander en van de omgeving.
Uitwerking in de verschillende doelgroepen
Binnen onze school werken wij met drie grote doelgroepen : zorggroepen, structuurgroepen en leergroepen. De hierboven geformuleerde uitgangspunten zullen in elk van deze doelgroepen anders gestalte krijgen : de doelstellingen zullen andere accenten krijgen, de middelen om deze doelen te bereiken zullen uiteenlopend zijn. Hieronder zullen we deze verschillende klemtonen leggen per doelgroep.
Zorggroepen
Binnen deze groepen willen wij de klemtoon vooral leggen op het aspect van de relationele beleving van de leerlingen, zonder daarom de seksuele component uit het oog te verliezen. Met betrekking tot dit laatste willen wij hierin zeker een signaalfunctie opnemen, gezien het effectief bieden van gelegenheid tot seksuele beleving niet haalbaar is en niet binnen de opdracht van de school ligt.
De basis om hier aan te werken zal, gezien het verstandelijk niveau van deze leerlingen, het opbouwen van een individuele vertrouwensrelatie tussen leerkracht en leerling zijn.
Deze relatie komt in deze doelgroep voornamelijk tot stand via lichaamsgebonden werken : het aanbod van activiteiten is hier sterk op gericht.
Uitgangspunten hierbij zijn :
- stimulatie van de verschillende zintuiglijke gewaarwordingen in functie van het verhogen van het eigen lichaamsbesef en het onderscheid met de omgeving.
- Verzorgingsmomenten, stimulatie van hygiëne en zelfredzaamheid aangrijpen als middel in het duiden van de relatie op zich enerzijds en van de grenzen die dat met zich meebrengt anderzijds.
- Spontaan gedrag van relationele en/of seksuele aard van leerlingen observeren, leren begrijpen en ernaar handelen (correcte afgrenzing en duiding naar externe partners toe). Oog hebben voor de betekenis van veranderingen in omgang of gedrag van leerlingen.
- Bewust omgaan met de verschillende emoties en gedragingen die uitgelokt worden door vrouwelijke en mannelijke leerkrachten.
- Het maken van duidelijke afspraken onder leerkrachten, gestuurd en gedragen door de directie, rond afgrenzing van bepaald sociaal gedrag van leerlingen onder elkaar en naar leerkrachten toe ifv ontwikkelingsniveau en leeftijd.
Structuurgroepen
Deze doelgroep van leerlingen wordt gekenmerkt door heel specifieke noden in begeleidingsstijl, vanuit hun problematiek van ASS. Centraal hierin staan
- sociaal-relationele problemen
- communicatieproblemen
- problemen in soepelheid qua denken en handelen
Het uitwerken van de sociaal-relationele component zal bijzondere aandacht vragen, gezien dit nu precies een van de kernproblemen bij ASS is.
Wij willen hierbij de huidige noden en behoeften van elke leerling niet uit het oog verliezen, ook met oog voor de toekomst. Het stellen van de juiste verwachtingen langs de kant van de leerkrachten (kunnen versus aankunnen) zal na multidisciplinair overleg voor elke leerling het uitgangspunt vormen.
Het aanwenden van de juiste communicatieve vaardigheden, zowel verbaal als non-verbaal, in het kader van ASS (duidelijkheid, letterlijkheid, concretisering, voorspelbaarheid, opsplitsen in deelaspecten…) zal hierin een noodzakelijke voorwaarde tot slagen zijn.
Inzake de problemen in soepelheid qua denken en handelen zal het erkennen van imitatie als specifieke omgangsvorm bij mensen met ASS hierbij van groot belang zijn. Deze imitatie zorgt immers vaak voor het ongepast gebruiken van bepaalde handelingen, zonder dat men dit met opzet doen. Bijzondere aandacht zal ook moeten uitgaan naar het opvolgen van de transfer van het aangeleerde, gezien deze doelgroep het hier ook erg moeilijk mee heeft.
Voor deze leerlingen zal een gedragscode worden uitgewerkt waarin we zowel pro-actief als re-actief kunnen ingaan op de onderwerpen die in dit kader passen.
Centrale thema’s in deze gedragscode zijn :
- kennis van eigen lichaam ifv hygiëne, zelfredzaamheid en omgang
- Discriminerende vaardigheden (wat kan, wanneer en bij wie ?) ifv
- Weerbaarheid (preventie OGG)
- het opstellen van duidelijke en herkenbare grenzen (aanvaardbaarheid) aan hun gedrag
- masturbatie
- intimiteit
Deze zaken brengen ook heel wat emoties met zich mee, wat voor mensen met ASS niet eenvoudig is. Hierin moeten we zeker oog hebben voor signalen en dit een plaats geven samen met de leerling.
Met betrekking tot de seksuele vorming willen wij naast het duiden van gedrag (betekenis en afgrenzing) zeker een signaalfunctie opnemen, gezien het effectief bieden van gelegenheid tot seksuele beleving niet haalbaar is en niet binnen de opdracht van de school ligt.
Leergroepen
Deze doelgroep vraagt een andere benadering. Doel bij deze groep is het meehelpen opbouwen van een realtistisch toekomstbeeld voor elke individuele leerling en zijn of haar omgeving.
Naast een goed uitgewerkt lessenpakket RSV is er hierbij nood aan gedragen en gedeelde afspraken onder het leerkrachtenkorps hoe er moet omgegaan worden met de vele verhalen en verkennende vragen die tussendoor (in andere lestijden, in vrije momenten…) komen. Deze kunnen voorkomen uit nieuwsgierigheid of uit het niet ten volle kunnen plaatsen of begrijpen van wat men hoort of ziet… Wij willen deze zaken voldoende ernstig nemen en onze leerlingen hierin eerlijk begeleiden. Wij willen hierin, indien de leerling dit wenst, fungeren als vertrouwenspersoon voor hen, door het creëren van een lage drempel om dit onderwerp ter sprake te brengen.
Hierbij dienen we rekening te houden met de ontwikkelingsleeftijd van de individuele leerling (verstandelijk en emotioneel) enerzijds en met de levenservaring (op basis van ervaringen en kalenderleeftijd) anderzijds. Doordat beiden vaak uit elkaar liggen, moet een evenwicht tussen beide gezocht worden. Dit gebeurt bij voorkeur op basis van multidisciplinair overleg en in overleg met het thuismilieu (gezin en/of leefgroep). Hierbij vertrekken we graag vanuit de dynamische driehoek van acceptatie-houvast en ruimte.
Centrale thema’s :
- relationele aspecten
- basisgevoelens
- verschil tussen vriendschap en verliefdheid in gevoel en gedrag
- kinderwens
- weerbaarheid (wat is aanvaardbaar, bij wie, wanneer ?)
- seksuele aspecten
- kennis en kunnen benoemen van eigen lichaam(sdelen) ifv hygiëne en zelfredzaamheid
- voortplanting (menstruatiecyclus, vruchtbaarheid)
- anticonceptie
- zwangerschap en geboorte
Voor dit alles zullen we duidelijk vastleggen waar we als school garant voor staan en waar we rekenen op de samenwerking met andere betrokkenen :
- inzicht brengen en aanleren
- signaleren
- opvolgen
Ook willen we deze thema’s brengen vanuit een gedeelde visie : wij willen zo neutraal mogelijke informatie doorgeven, weliswaar binnen het kader van onze christelijke ingesteldheid. Dit zal gespecifieerd worden voor de school.
Organisatie
Om deze doelstellingen te kunnen omzetten in de praktijk zullen wij een bepaalde organisatie moeten kunnen garanderen. Hieronder leggen wij de aspecten die hierbij niet uit het oog mogen worden verloren vast. Dit kan verschillen alnaargelang de doelgroep.
1) Consensus bereiken rond gedragscode binnen onze school :
a. uitmaken wie dit bepaalt
b. grenzen van de toegelaten lichamelijkheid (begroeten, handtastelijkheden, zoenen…) vastleggen
c. hoe verduidelijken naar leerlingen toe
2) motiveren waarom met aparte lestijden werken en niet RSV integreren in de andere lestijden
3) beslissen of we klassikaal of klasdoorbrekend werken
4) motiveren waarom dit door één of leerkracht gegeven wordt
5) kiezen voor begrijpbare taal (dialect of AN)
6) privacy van de leerlingen bewaken en hier structurele middelen voor inschakelen
7) ondersteunende middelen (non-verbale communicatie) zoeken, aankopen of zelf maken, vertrekken vanuit didactisch materiaal en/of mediagegevens
8) opnemen van het onderwerp in de doelstellingen, op de zorgplanbespreking
9) afspraken vertalen en verduidelijken op leerlingniveau
Externe partners
In onze visie hebben wij verklaard dat wij de relationele en seksuele ontplooiing van elke leerling willen ondersteunen, rekening houdend met de relaties met andere(n) en met de omgeving van de leerling. Hieronder geven we aan welke partners wij hierbij nodig hebben om dit te kunnen realiseren.
1) ouders
2) zorgcentrum
3) CLB
4) Externe vormingsintanties (zowel voor leerkrachten als voor leerlingen)
5) VAC
In de verdere uitwerking zal met elke partner een formele manier van samenwerken moeten tot stand komen en omschreven worden
Implementatie
Alle bovenstaande zaken zullen op verschillende echelons binnen onze school verder gestalte krijgen tot op het niveau van elke Pedogogische Eenheid en uiteindelijk tot op het niveau van elke individuele leerling.
Hiervoor wordt een tijdspad opgesteld om dit stapsgewijs te implementeren.
