PROTOCOL RELATIONELE & SEKSUELE VORMING

VZW HEUVELZICHT (BuBaO-BuSO)

2014

 

Situering

 

De visie op RSV binnen VZW Heuvelzicht is ingebed in de algemene christelijke visie van de VZW, waarvoor wij verwijzen naar het schoolreglement.

Deze benadrukt de uniciteit van elke leerling en het streven naar de opbouw van maximaal welzijn voor elke leerling.  Deze aspecten staan centraal in onze benadering.  Dit willen we echter niet doen zonder de relatie met de andere(n) en met de omgeving uit het oog te verliezen.

Hierbij willen we elke leerling benaderen op het uniek niveau van de eigen feitelijke mogelijkheden, op verschillende levensdomeinen (cognitie, emoties, sociale relaties, zelfredzaamheid, communicatie, enz).

Dit willen wij doen met het oog op het mee helpen bouwen aan een realistisch toekomstbeeld voor elke leerling en zijn netwerk.

Het uitwerken van Relationele en Seksuele Vorming – uiteraard naast de andere aspecten waar wij een opdracht in hebben – moet hiertoe bijdragen.

Wij willen dit doen met de grootste zorg voor de privacy van elke leerling op zich.

 

Opdrachtverklaring

 Kern van deze visie is enerzijds het onderkennen van het belang van de relationele en seksuele beleving in het totale welzijn en kwaliteit van leven van elke mens.  Anderzijds, de keerzijde van de medaille, betekent dit evenzeer dat elke mens kwetsbaar is en hier moet gezocht worden naar de bescherming van deze waarden.

 

Het is dus een verhaal van oog hebben voor, van kansen bieden aan, maar ook een verhaal van grenzen bepalen en weerbaar maken van mensen, los van enige beperking.

De grote ondersteuningsnood van de leerlingen die aan onze zorgen worden toevertrouwd, maken echter dat wij voor beide aspecten een extra alertheid aan de dag moeten leggen :

  • Kansen bieden : de onderkenning en het begrijpen van de eigen gevoelens op gebied van relaties en seksualiteit op zich zijn voor onze leerlingen niet eenvoudig.  Wij hebben hiervoor aangepaste hulpmiddelen nodig.  Ook het verduidelijken van de vragen van de leerlingen is niet steeds eenvoudig, gezien de vaak erg beperkte communicatiekanalen.
  • Grenzen bieden : wij zijn ons ten zeerste bewust van de grote kwetsbaarheid van onze doelgroep inzake grensoverschrijdend gedrag.  Dit maakt dat wij extra aandacht moeten besteden aan het bieden van duidelijke wederzijdse (leerling-leerkracht) grenzen en aan het weerbaar maken van onze leerlingen. Dit willen we doen vanuit het schade-prinicipe : vrijheid strekt tot aan de grens van de persoonlijke vrijheid, die van de ander en van de omgeving.

  

Uitwerking

 

BuBaO

Binnen deze school zien wij het als onze eerste opdracht om bij elke leerling zicht te krijgen op de mogelijkheden en de noden op verschillende domeinen, zo ook met betrekking tot persoonsontwikkeling, relationele en seksuele ontwikkeling. Vandaar wordt in elke groep een aanbod gedaan, ongeacht de vraag van de leerling op zich. Dit aanbod gebeurt klassikaal, echter wel gedifferentieerd binnen de klasgroepen, zodat alle leerlingen bereikt worden.  Klassamenstellingen gebeuren hier immers op een andere basis dan in het BuSO.

We opteren om de basisprincipes van persoonsontwikkeling, relationele en seksuele ontwikkeling  binnen verschillende lessen te laten aan bod komen, maar wel telkens met andere klemtonen.

Daarnaast opteren we om expliciet per klasgroep 25 minuten per week te wijden aan RSV, dit ter voorbereiding van het lessenpakket in het BuSO.  De tijdsduur hiervan blijft beperkt omwille van het beperkte concentratieniveau van onze nog jonge leerlingen en omwille van het voorbereidend karakter van deze lessen : we willen onze leerlingen van heel wat thema’s binnen RSV laten proeven zonder hier verder op in te gaan, dit ligt immers binnen de doelstellingen van het BuSO.

 

BuSO

Binnen deze school werken wij verder op het aanbod vanuit het BuBaO, uitgesplitst in drie grote doelgroepen : zorggroepen, structuurgroepen en leergroepen.  De hierboven geformuleerde uitgangspunten zullen in elk van deze doelgroepen anders gestalte krijgen : er wordt vertrokken vanuit de individuele noden en behoeften van elke leerling, de doelstellingen zullen andere accenten krijgen, de middelen om deze doelen te bereiken zullen uiteenlopend zijn, maar liggen wel in het verlengde van wat vroeger aan bod kwam.  Wat wel gemeenschappelijk is voor de 3 groepen: een stevige basis  verder opbouwen rond inzicht krijgen op de eigen persoon en de zelfbeleving. Hieronder zullen we deze verschillende klemtonen leggen per doelgroep.

 

Leergroepen

Doel bij deze groep is het meehelpen opbouwen van een realistisch toekomstbeeld voor elke individuele leerling en zijn of haar omgeving.

Naast een goed uitgewerkt lessenpakket RSV is er hierbij nood aan gedragen en gedeelde afspraken onder het leerkrachtenteam, hoe er moet omgegaan worden met de vele verhalen en verkennende vragen die tussendoor (in andere lestijden, in vrije momenten…) komen.  Deze kunnen voorkomen uit nieuwsgierigheid of uit het niet ten volle kunnen plaatsen of begrijpen van wat men hoort of ziet… Wij willen deze zaken voldoende ernstig nemen en onze leerlingen hierin eerlijk begeleiden.  Wij willen hierin, indien de leerling dit wenst, fungeren als vertrouwenspersoon voor hen, door het creëren van een lage drempel om dit onderwerp ter sprake te brengen.

We merken hierbij op dat het invoeren van de lessen RSV op vaste momenten en met vaste mensen rust brengt bij de leerlingen en het leerkrachtenteam.

Hierbij dienen we rekening te houden met de ontwikkelingsleeftijd van de individuele leerling (verstandelijk en emotioneel) enerzijds en met de levenservaring (op basis van ervaringen en kalenderleeftijd) anderzijds.  Doordat beiden vaak uit elkaar liggen, moet een evenwicht tussen beide gezocht worden.  Dit gebeurt bij voorkeur op basis van multidisciplinair overleg en in overleg met het thuismilieu (gezin en/of leefgroep). Hierbij vertrekken we graag vanuit de dynamische driehoek van acceptatie - houvast en ruimte.

 

Centrale thema’s :

  • ik-gebonden aspecten
  1. ozintuigen
  2. olichaamskennis
  3. olichaamsbesef (puber, lichaamsveranderingen, ...)
  4. olichaamsbeleving

 

  • relationele aspecten (ik en de anderen)
  1. oinzicht op je omgeving krijgen (sociaal netwerk: wie + verhoudingen tot elkaar)
  2. obasisgevoelens
  3. overschil tussen vriendschap en verliefdheid in gevoel en gedrag
  4. oweerbaarheid (wat is aanvaardbaar, bij wie, wanneer ?)
  5. owederkerigheid in relaties (verplaatsen in gevoelens van de andere, verantwoordelijkheidsgevoel, ...)

 

  • seksuele aspecten (ik en eventueel de andere)
  1. oseksuele ik-beleving
  2. ovoortplanting (menstruatiecyclus, vruchtbaarheid)
  3. okinderwens
  4. oanticonceptie
  5. ozwangerschap en geboorte

Voor dit alles zullen we duidelijk vastleggen waar we als school garant voor staan en waar we rekenen op de samenwerking met andere betrokkenen :

  • inzicht brengen en aanleren
  • signaleren
  • opvolgen

 

Ook willen we deze thema’s brengen vanuit een gedeelde visie : wij willen zo neutraal mogelijke informatie doorgeven, weliswaar binnen het kader van onze christelijke ingesteldheid.  Dit zal gespecificeerd worden voor de school.

 

Structuurgroepen

De centrale thema's van de Leergroepen zijn ook hier het uitgangspunt, maar deze doelgroep van leerlingen wordt gekenmerkt door heel specifieke noden in begeleidingsstijl, vanuit hun problematiek van ASS (= Autisme Spectrum Stoornissen).  Centraal hierin staan

  • sociaal-relationele problemen

Het uitwerken van de sociaal-relationele component zal bijzondere aandacht vragen, gezien dit nu precies een van de kernproblemen bij ASS is. 

Wij willen hierbij de huidige noden en behoeften van elke leerling niet uit het oog verliezen, ook met oog voor de toekomst.  Het stellen van de juiste verwachtingen langs de kant van de leerkrachten (kunnen versus aankunnen) zal na multidisciplinair overleg voor elke leerling het uitgangspunt vormen.

Het aanwenden van de juiste communicatieve vaardigheden, zowel verbaal als non-verbaal, in het kader van ASS (duidelijkheid, letterlijkheid, concretisering, voorspelbaarheid, opsplitsen in deelaspecten…) zal hierin een noodzakelijke voorwaarde tot slagen zijn.

 

 

Inzake de problemen in soepelheid qua denken en handelen zal het erkennen van imitatie als specifieke omgangsvorm bij mensen met ASS hierbij van groot belang zijn.  Deze imitatie zorgt immers vaak voor het ongepast gebruiken van bepaalde handelingen, zonder dat men dit met opzet doet. Bijzondere aandacht zal ook moeten uitgaan naar het opvolgen van de transfer van het aangeleerde, gezien deze doelgroep het hier ook erg moeilijk mee heeft.

 

Voor deze leerlingen zal een gedragscode worden uitgewerkt waarin we zowel pro-actief als re-actief kunnen ingaan op de onderwerpen die in dit kader passen. 

Centrale thema’s in deze gedragscode zijn :

  • kennis van eigen lichaam ifv hygiëne, zelfredzaamheid en omgang 
  • discriminerende vaardigheden (wat kan, wanneer en bij wie ?) ifv
  1. oweerbaarheid
  2. ohet opstellen van duidelijke en herkenbare grenzen (aanvaardbaarheid) aan hun gedrag
  3. omasturbatie
  4. ointimiteit

Deze zaken brengen ook heel wat emoties met zich mee, wat voor mensen met ASS niet eenvoudig is.  Hierin moeten we zeker oog hebben voor signalen en dit een plaats geven samen met de leerling.

Met betrekking tot de seksuele vorming willen wij naast het duiden van gedrag (betekenis en afgrenzing) zeker een signaalfunctie opnemen, gezien het effectief bieden van gelegenheid tot seksuele beleving niet haalbaar is en niet binnen de opdracht van de school ligt. 

 

Zorggroepen

Centrale thema's van Leergroepen zijn ook hier het uitgangspunt, maar binnen deze groepen willen wij de klemtoon vooral leggen op de ik-beleving en het aspect van de relationele beleving van de leerlingen, zonder daarom de seksuele component uit het oog te verliezen. Met betrekking tot dit laatste willen wij hierin zeker een signaalfunctie opnemen, gezien het effectief bieden van gelegenheid tot seksuele beleving niet haalbaar is en niet binnen de opdracht van de school ligt.

De basis om hier aan te werken zal, gezien het verstandelijk niveau van deze leerlingen, het opbouwen van een individuele vertrouwensrelatie tussen leerkracht en leerling zijn. 

Deze relatie komt in deze doelgroep voornamelijk tot stand via lichaamsgebonden werken : het aanbod van activiteiten is hier sterk op gericht. 

 

Uitgangspunten hierbij zijn :

  • stimulatie van de verschillende zintuiglijke gewaarwordingen in functie van het verhogen van het eigen lichaamsbesef en het onderscheid met de omgeving.
  • Verzorgingsmomenten, stimulatie van hygiëne en zelfredzaamheid aangrijpen als middel in het duiden van de relatie op zich enerzijds en van de grenzen die dat met zich meebrengt anderzijds.
  • Spontaan gedrag van relationele en/of seksuele aard van leerlingen observeren, leren begrijpen en ernaar handelen (correcte afgrenzing en duiding naar externe partners toe).  Oog hebben voor de betekenis van veranderingen in omgang of gedrag van leerlingen.
  • Bewust omgaan met de verschillende emoties en gedragingen die uitgelokt worden door vrouwelijke en mannelijke leerkrachten.
  • Het maken van duidelijke afspraken onder leerkrachten, gestuurd en gedragen door de directie, rond afgrenzing van bepaald sociaal gedrag van leerlingen onder elkaar en naar leerkrachten toe ifv ontwikkelingsniveau en leeftijd.

 

Organisatie

 

Om deze doelstellingen te kunnen omzetten in de praktijk zullen wij een bepaalde organisatie moeten kunnen garanderen.  Hieronder leggen wij de aspecten die hierbij niet uit het oog mogen worden verloren vast. Dit kan verschillen al naargelang de doelgroep.

  1. 1)Consensus bereiken rond gedragscode binnen onze school : 2)motiveren dat we met aparte lestijden werken naast het integreren van RSV in de andere lestijden (deze lestijden zijn wel korter in het BuBaO dan in het BuSO)
    1. a.uitmaken wie dit bepaalt
    2. b.grenzen van de toegelaten lichamelijkheid (begroeten, handtastelijkheden, zoenen…) vastleggen
    3. c.hoe verduidelijken naar leerlingen toe
  2. 3)beslissen dat we klassikaal werken, mits individuele differentiatie binnen de groep
  3. 4)motiveren waarom dit door één leerkracht gegeven wordt
  4. 5)kiezen voor begrijpbare taal (dialect of AN)
  5. 6)privacy van de leerlingen bewaken en hier structurele middelen voor inschakelen
  6. 7)ondersteunende middelen (non-verbale communicatie) zoeken, aankopen of zelf maken, vertrekken vanuit didactisch materiaal en/of mediagegevens
  7. 8)opnemen van het onderwerp in de doelstellingen, op de handelingsplanbespreking
  8. 9)afspraken vertalen en verduidelijken op leerlingniveau

 

 

 

Externe partners

 

In onze visie hebben wij verklaard dat wij de relationele en seksuele ontplooiing van elke leerling willen ondersteunen, rekening houdend met de relaties met andere(n) en met de omgeving van de leerling.  Hieronder geven we aan welke partners wij hierbij nodig hebben om dit te kunnen realiseren.

  1. 1)Ouders (via het oudercontact en de individuele handelingsplanbespreking)
  2. 2)Zorgcentrum (via de individuele handelingsplanbespreking)
  3. 3)= objectieve partner voor ouders en/of school

                    = partner in crisisplan

  1. 4)Externe vormingsinstanties (zowel voor leerkrachten als voor leerlingen)

            o.a. VMG met 'Vlinders in de buik'

  1. 5)= eventueel adviesorgaan bij crisissituaties

 

In de verdere uitwerking zal met elke partner een formele manier van samenwerken moeten tot stand komen en omschreven worden

 

Implementatie

 

Alle bovenstaande zaken zullen op verschillende echelons binnen onze school verder gestalte krijgen tot op het niveau van elke Pedagogische Eenheid in het overleg via de verschillende overlegmomenten en uiteindelijk tot op het niveau van elke individuele leerling in het individueel handelingsplan.